Metha's muziek
Veel wit.
Stilte.
Leegte en meer wit.
Wat kan men nog over J.S. Bach zeggen? In noten gegoten perfectie. C‘est tout. Daar waag ik me dan ook niet aan. Maar zijdelings toch even, via Mauricio Raúl Kagel (Buenos Aires, 24 december 1931 – Keulen, 18 september 2008) die wél wat over Bach durfde te zeggen. Deze componist had een een grote bewondering voor J.S. Bach. Maar klakkeloze adoratie, zoals tentoongespreid ten opzichte van Bach, was niets voor hem, integendeel, hij werd enigszins kriegelig en balorig van diens perfectie. De staat van gelukzaligheid waarin Bach's muziek mensen brengt en diens onaantastbare status deden Kagel's hersenen tintelen en handen jeuken, hij moest daar iets tegenover stellen. Bach's muziek deconstrueren, uit elkaar trekken en knallend terug laten veren, zodat de noten op elkaar ketsten. Zodat Bach eens vanuit een ander perspectief bezien zou worden. Met humor bijvoorbeeld, niet zo doodernstig. Zoals Kagel dat al had gedaan met Carlos Gardel en de tango, twee onaanraakbare instituten in Argentinië. In ‘Tango Alemán' maakte hij een prachtige pastiche op de theatrale dramatiek van zowel Gardel als de tango.
Hartstochtelijk. In de Sankt Bach Passion, gemodelleerd naar Bach's Passionen, klinkt het openingskoor aldus: "Wo ist ein solcher Bach wie du?" Geen noot van Bach heeft hij gebruikt, toch is het gevoel Bachiaans: hartstochtellijk, intens, maar ook gedragen en sereen. Deze Passie behandelt echter het leven, werken en lijden van unser Herr Johann Sebastian. Bach als goddelijke gezant, die door zijn boodschap, zijn muziek, het goddelijke naar de mens brengt. Wat ook conflicteerde met wereldlijke machten, die zijn genie dwarsboomden.
Herr Ludwig van B. Ook een andere compositorische grootheid als Herr Ludwig Van ontsnapte niet aan Kagel's lust tot het verbouwen van heilige huisjes. Deze lust liet hij in volle omvang los op Ludwig's werk, met het wonderlijke resultaat dat het in de verte nog Beethoviaans klinkt, echter alsof beluisterd door een zwaar vervormende dovemanstoeter. Stravinsky, ‘Fürst Igor' in Kagel's optiek, wordt als het ware door Kagel herbegraven- ook in Venetië, waar de première van dit stuk was. En waar Stravinsky begraven ligt. De semantron, een slaginstrument gebruikt in Russisch Orthodoxe kloosters om de monniken tot het gebed te roepen komt in dit stuk op het eind langs, geslagen door een figuur gekleed in rouw-wit.
Zoals voorheen een politicus pas iets voorstelde, als Wim Kan hem over de hekel haalde in zijn Oudjeaarsconférences, zo accrediteerde Kagel de giganten onder de componisten.
Latinoaméricano. Zijn geboortegrond loochende zich niet, hij had een nauwelijks te onderdrukken hartstocht voor absurditeit -het lijkt Midden- en Zuid-Amerikanen aangeboren. Als Latijns-Amerikaans componist was hij uitermate geïnteresseerd in drama, het theatrale van de muzikale uitvoeringskunst. Zo componeerde hij een match tussen twee celli en een umpire: de percussionist. Gaf uitvoerders aanwijzingen mee hoe ze moesten kijken bij sommige passages en dat ze fysiek moesten reageren op collega's. Liet ze vervolgens spelen op zulke uiteenlopende zaken als kokosnoten, zingende zagen, dobbelstenen of, natuurlijk: een zak bloemen, onder tafel graag!
Muziek om te bekijken. Zijn bedoeling was niet het omverhalen van tradities om tot een nieuwe vorm te komen, maar, net als hij bij Bach deed, muziek aan een constante re-evaluatie onderwerpen om te zien wat de muziek nu eigenlijk inhoudt.
Muziek die niet alleen gehoord maar ook gezien moet worden, in zijn geval!
Metha's muziekcolumns.
Alle oudere Metha's Muziekcolums zijn te lezen op Metha's Muziek

